De voorstelling verwijst naar Persephone, godin van de onderwereld en de vegetatie in de Griekse mythologie, symbool voor de cyclus van dood en wedergeboorte.
Zij is misschien wel de enige die moeiteloos schakelt tussen duisternis en bloei, alsof zelfs de onderwereld af en toe plaats moet maken voor een vleugje lente.




